Zing mee met Door de bril van Bannink!
Wij zijn bang voor de Bullebak
Moe - der 'kben zo bang van de bul - le- bak, bang van de bul - le - bak, bang van de bul - le - bak.
Moe - der ’kben zo bang van de bul - le - bak.
Kijk daar komt-ie aan.
Moe - der 'kben zo bang van de bul - le- bak, bang van de bul - le - bak, bang van de bul - le - bak.
Moe - der ’kben zo bang van de bul - le - bak.
Kijk daar komt-ie aan.
bang van de bu-lle- bak, bang van de bu-lle- bak.
Moe - der 'kben zo bang van de bul - le- bak, bang van de bul - le - bak, bang van de bul - le - bak.
Moe - der ’kben zo bang van de bul - le - bak.
Kijk daar komt-ie aan.
bang van de bu-lle- bak, bang van de bu-lle- bak.
Nie - mand is meer bang van de bul - le - bak, bang van de bul - le - bak, bang van de bul - le - bak.
Nie - mand is meer bang van de bul - le - bak, hij is van de baan.
Nie - mand hoeft meer ach - ter de prul - len - bak, ach - ter de prul - len - bak, bang van de bul - le - bak.
Nie - mand hoeft meer ach - ter de prul - len - bak, ’tis met hem ge - daan!
Aah Aah
Aah Aah
Aah Aah
TRUTTEJAS
Met moeder voor een nieuwe jas
In de stad gaan lopen
Ik vond er een die prachtig was
Met kwastjes en met knopen
Er was een heel zacht kraagje bij
Erop een bloem met kleuren
Maar was het wel iets voor mij
Wat zal er gaan gebeuren
Alle kind'ren in de klas
Vinden mij er eentje
Als ik opval met die jas
Echt een buitenbeentje
Ik wil niet eenzaam en apart
Bij de klas wil ik horen
Ik koos een jas met bloedend hart
Zo'n knoopjesrij van voren
't Lijkt wel of ik truttig ben
Maar je moet niet vragen
Waarom ik ongelukkig ben
Dat ik dit moet dragen
Nu loop ik droevig over straat
Met m'n rug gebogen
Vloekend, op mezelf kwaad
Tranen in m'n ogen
Liegbeest
Mijn broer loopt harder dan jouw broer
En later wordt hij kap'tein
Mijn vader was vroeger piloot
En ik krijg voor mijn verjaardag een grotemensen boot
Je bent een liegbeest, een jokkebrok
Van acht'ren en van voren
Maar ga d'r asjeblieft mee door
Want 't is zo grappig om te horen
Mijn oom heeft auto's bij de vleet
Mijn tante heeft er nog meer
In onze tuin zat gister’n een aap
En mijn vader heeft gevochten, met een hele grote beer
Je bent een liegbeest, een jokkebrok
Van acht'ren en van voren
Maar ga d'r asjeblieft mee door
Want 't is zo grappig om te horen
Ik zing elke opera mee
Want ik heb zo'n zuivere stem
En ik kom vaak op de tv
En voetballen kan ik beter dan Kylian M’ bap-pé
Je bent een liegbeest, een jokkebrok
Van acht'ren en van voren
Maar ga d'r asjeblieft mee door
Want 't is zo grappig om te horen
Mijn huiswerk kijk ik nooit na
Toch haal ik altijd een tien
Ik spreek vlot Grieks en Chinees
En laatst heb ik de koning in een cowboyfilm gezien
Je bent een liegbeest, een jokkebrok
Van acht'ren en van voren
Maar ga d'r asjeblieft mee door
Want 't is zo grappig om te horen
Je bent een liegbeest, een jokkebrok
Van acht'ren en van voren
Maar ga d'r asjeblieft mee door
Want 't is zo grappig om te horen
Horen
Horen
Horen
Horen
De Beer
Daar liep een beer, een beer, een beer in de stad
Had nog wat geld op zak, ging naar de cineac
Daar zat de beer, de beer, de beer in de zaal
Keek naar de tekenfilm en naar 't journaal
Broem broem, toerelidie, toerelidie
Broem broem, naar 't journaal
En toen hij er uit kwam, zei hij met brommende stem
"'k Wil niet meer lopen, ik ga met de tram"
Toen reed de beer, de beer, de beer door de stad
Zat in de tram voor 't raam, reed naar de fritekraam
Hij at patat, patat, patat uit 't vet
Met mayonaise d'r bij en een kroket
Broem broem, toerelidie, toerelidie
Broem broem, en een kroket
Hij ging naar 't zwembad, dook van de plank in 't diep
't Spatte ontzettend en iedereen riep
"Doe toch die beer, die beer, die beer uit 't bad
Hij maakt alle hokjes nat omdat ie zo spette-spat
Hij is geen heer, geen heer, geen heer in 't bad
Stuur toch die beer uit de stad", zo, dat was dat
Broem broem, toerelidie, toerelidie
Broem broem, zo, dat was dat
Zo, dat was dat
Grammatica
M'n zuster Ursula is goed in grammatica
Ze kan er meer van dan ik er van ken
Kind, je weet niet wat een sufferd ik ben
Soms denk ik dat ik 't eindelijk snap
'Jan' lijdend voorwerp in: 'Jan krijgt een klap'
En Marie werkt toch mee in: 'Marie krijgt een kus'
En Marie is 't meewerkend voorwerp dus
Allemaal fout volgens m'n zus
M'n zuster Ursula is goed in grammatica
Ze kan er meer van dan ik er van ken
Kind, je weet niet wat een sufferd ik ben
Soms denk ik dat 't gemakkelijk is
'Zijn' is gezegde in: 'Jan eet z'n vis'
'Was' is 't werkwoord in: 'Z'is aan de was'
'Pas' is een bijwoord in: 'Pas op je pas'
"Allemaal fout", mompelt de klas
M'n zuster Ursula is goed in grammatica
Ze kan er meer van dan ik er van ken
Soms denk ik dat ik een vondeling ben
Maar ik word later veel beter dan zij
Want, dan maak ik er bepalingen bij
Bepaling van rottig, bepaling van leuk
Bepaling van kriebel, bepaling van jeuk
Bepaling van deling, bepaling van breuk
Bepaling van botsing, bepaling van deuk
M'n zuster Ursula is goed in grammatica
Ze kan er meer van dan ik er van ken
Kind, je weet niet wat een sufferd ik ben
Leve de Domoren
Ben je slecht op school, m'n kind, in taal en rekenles
Zodat je geen zevens en achten haalt, en zelden maar een zes
Je bent net zoveel waard als de knapste kop, en dikwijls nog een ietsje
meer
Dus luister naar dit lied, domoor, en zing het telkens weer
Ze hebben je maar wat wijs gemaakt,
arme drommel, arme drom
Dat knap-zijn zoveel beter is,
dan dom, dan dom, dan dom
Ze liegen, ze bedriegen, ze bedonderen de kluit,
Ze bedonderen de kluit
Een domoor of een knappe bol
't maakt geen donder uit
Al die domme cijfertjes: een vier, een vijf, een drie
Je wordt heus wel groot, een volwassene, al ben je geen genie
En je vond er misschien 't buskruit niet uit, dus ook geen neutronenbom
(Bravo; hij is niet de uitvinder van het afschuwelijke wapen
Dus laten we de domoor dit jaar de nobelprijs voor de vrede geven)
Maar wie knap-zijn zo belangrijk vindt, die is pas goed stom
Ze hebben je maar wat wijs gemaakt,
arme drommel, arme drom
Dat knap-zijn zoveel beter is,
dan dom, dan dom, dan dom
Ze liegen, ze bedriegen, ze bedonderen de kluit,
Ze bedonderen de kluit
Een domoor of een knappe bol
't maakt geen donder uit
En daarom zingen wij in koor, dat iedereen het hoort
Lang leve de zwakke broeders en zusters
Lang leve de domoren
Poep en Piesmenuet
He, de woorden poep en pies
Die zijn niet netjes, die zijn vies
Je moet die woorden niet gebruiken
Anders ga je d'r naar ruiken
Nee, de woorden poep en pies
Zijn erg onnet en erg vies
Kakkedrolleschijtepoep
Hanepikkelullie
Poep, Jan Knor
Zeg rustig hardop siep en soep
Maar zeg nooit meer pies en poep
En hoe lollig ze ook klinken
Je kan er best es naar gaan stinken
Nee, de woorden poep en pies
Zijn erg onnet en erg vies
Kakkedrolleschijtepoep
Hanepikkelullie
Poep, Jan Knor
Mmm, wat een exquise geur, delicieux
Poep, Jan Knor
Poep, Jan Knor
Poep, Jan Knorrrrrrrrr
M’n Opa
Elke zondagmiddag bracht ie toffies voor me mee.
Ik weet nog de spelletjes die opa met me dee,
restaurantje spelen en m’n opa was de kok,
bokkenwagen spelen en m'n opa was de bok
refrein:
m’n opa, m’n opa, m'n opa
in heel Europa was er niemand zo als hij.
m'n opa, m'n opa, m'n opa,
En niemand was zo aardig voor mij.
In heel Europa m'n ouwe opa.
Nergens zo iemand als hij
niemand zo aardig voor mij,
in heel Europa m'n ouwe opa
niemand zo aardig voor mij
m'n ouwe opa
Als ik me verveelde ging ik altijd naar 'em toe.
Hij verzon een spelletje en nooit was ie te moe.
Van de dijk afrollen en m'n opa was de dijk,
detecktiefje spelen en m'n opa was het lijk.
refrein:
m’n opa, m’n opa, m’n opa
………………….
Samen naar de aapies kijken, samen naar het strand.
En als je geluk had ging je samen naar de brand.
Samen op het ijs en met een sleetje in de sneeuw,
leeuwentemmer spelen en m'n opa was de leeuw.
Altijd als we samen waren hadden we veel plezier.
stierenvechter spelen en m'n opa was de stier.
m’n opa, m’n opa, m’n opa
in heel Europa was er niemand zo als hij.
m'n opa, m'n opa, m'n opa,
En niemand was zo aardig voor mij.
In heel Europa m'n ouwe opa.
Nergens zo iemand als hij
niemand zo aardig voor mij,
in heel Europa m'n ouwe opa
Niemand zo aardig, niemand zo aardig,
Niemand zo aardig als hij
M’n ouwe opa
Schipbreukeling
Op 't onbewoonde eiland in de Stille Oceaan
Daar zitten we al zesentachtig dagen
Het schip waarop we zaten is met man en muis vergaan
't Schip is op de klippen stuk geslagen
We zwommen door de golven, we spoelden hier aan wal
En Joost mag weten of 't ooit in orde komen zal
Schipbreukeling, schipbreukeling,
Wat een mieze- mieze- miezerig bestaan
Schipbreukeling, schipbreukeling,
Midden op de oceaan
Daar is een stip aan de horizon!!
Schip aan de horizon!!
Zwaaien met je onderbroek, zwaaien met je hemd
O nee 't is al weg weg, o jee, 't is al weer weg
Pech, pech, pech
Op 't onbewoonde eiland in de Stille Oceaan
Daar zitten we al maandenlang te turen
En we eten rauwe vissies en we eten een banaan
En zo kan het nog wel veertig jaren duren
En we zuigen om de beurte op 't velletje van de worst
Een van ons is al waanzinnig, al waanzinnig van de dorst
Schipbreukeling, schipbreukeling,
Wat een mieze- mieze- miezerig bestaan
Schipbreukeling, schipbreukeling,
Midden op de oceaan
Daar is een stip aan de horizon!!
Schip aan de horizon!!
Zwaaien met je onderbroek, zwaaien met je hemd
O nee 't is al weg weg, o jee, 't is al weer weg
Pech, pech, pech
Op het onbewoonde eiland is het haast met ons gedaan
We hebben alle hoop al opgegeven
En we kijken nou mekander met betraande ogies aan
Morgen zijn we geen van allen meer in leven
Uitgeput en uitgemergeld geven wij mekaar de hand
Wij gaan sterven kameraden, op het onbekende strand
Schipbreukeling, schipbreukeling,
Wat een mieze- mieze- miezerig bestaan
Schipbreukeling, schipbreukeling,
Midden op de oceaan
Daar is geronk aan de horizon!!
Gezoem aan de horizon!!
't Is een helikoptertje, hij heeft ons gezien
We worden opgehesen, eindelijk gered
Eindelijk gered
De kat van Ome Willem
De kat van ome Willem is op reis geweest
Op reis geweest, op reis geweest
De kat van ome Willem is op reis geweest
Waar ging die dan naar toe, hoi
Hij is voor zeven maanden naar Parijs geweest
Parijs geweest, Parijs geweest
Zodat 'ie nou alleen maar Franse kranten leest
Bonjour en voulez vouz
Hij heeft zoiets elegants
Hij geeft kopjes op z'n Frans
Hij gaat met de rozenkrans naar de Franse kathedraal
Allemaal (allemaal), allemaal (allemaal)
Ja de kat van ome Willem is brutaal, (o la la)
Die kat is op een echte Franse school geweest
Op school geweest, op school geweest
Die kat is op een echte Franse school geweest
En zegt nou "o, pardon", hoi
Hij is ook op visite bij de Gaulle geweest
De Gaulle geweest, de Gaulle geweest
Hij is ook op visite bij de Gaulle geweest
En zegt voortdurend "non"
Zingt een liedje op z'n Frans
Over de maagd van Orleans
Hij lust enkel sjuderans
En af en toe cognac
Op 't dak (op 't dak), op 't dak (op 't dak)
En hij wil alleen maar op een Franse bak (kouwe kak)
De kat van ome Willem is op reis geweest
Op reis geweest, op reis geweest
De kat van ome Willem is op reis geweest
Waar ging die dan naar toe, hoi
Hij is voor zeven maanden naar Parijs geweest
Parijs geweest, Parijs geweest
Zodat 'ie nou alleen maar Franse kranten leest
Bonjour en voulez vouz, hoi
Rijk en Beroemd
Soms zijn er kind’ren op school, in de klas,
Die niemand kent
Of ze worden gepest en ‘t is niet hun schuld
Als jij d’r ook zo een bent
Heb dan geduld, kind, heb dan geduld
Misschien is ‘t later niet meer zo naar
Misschien word je zanger en je speelt goed gitaar
En je zingt in een lied over verdriet
En heel de wereld luistert d’r naar
Ook spelen kind’ren alleen, op de straat
Heel erg alleen
Van ellende weten zij zich geen raad
Ben jij ‘r soms ook zo een
Heb dan geduld, het komt vroeg of laat
Misschien is ‘t later niet meer zo naar
Misschien word je zanger en je speelt goed gitaar
En je zingt in een lied over verdriet
En heel de wereld luistert d’r naar
Of je krijgt nooit ’s zakgeld. ‘t Is thuis erg arm,
D’r is nooit een cent
Of je krijgt nooit een broek die goed bij je past
Als jij d’r ook zo een bent
Droom van veel geld, dan heb je geen last
Misschien is ‘t later niet meer zo naar
Misschien word je zanger en je speelt goed gitaar
En je zingt in een lied over verdriet
En heel de wereld luistert d’r naar
Je ging ‘t huis uit, zo arm als een luis
Na een paar jaar kwam je als miljonair weer thuis
En je reed in een slee, een pracht van een slee
Iedereen uit je buurt
Dacht: die is gehuurd
Maar in die auto van jou
Zat jij met je vrouw
En je vader en moeder, die gaf je een villa
En je broers ieder een ton
En je zuster een zeilschip, je kan zelf verzinnen wat ik nu verzon
Maar
Misschien is ‘t later niet meer zo naar
Misschien word je zanger en je speelt goed gitaar
En je zingt in een lied
Over verdriet
En heel de wereld luistert d’r naar
Twips Twips Twips
1.
Twips twips twips
Eerst de handen op de heupen
Dan de handen op de bips
Twips twips twips
‘t Is voor nette oude dames
Net zo goed als voor de hips
Twips twips twips
Voor de tiener en de twen
Als je zes en tachtig ben
Als je moe bent en verkouden
En je ziet een beetje pips
Twips twips twips
Twips twips twips
2.
Twips, twibia bips
Met je benen in de hoogte
En je handen op je bips
Twips twips twips
Val niet over de piano
Anders kom je in het gips
Twips twips twips
‘t Is zo makkelijk te leren.
Ook voor middelbare heren
Als je klagerig en oud bent
En je ziet een beetje pips
Twips twips twips
Twips twips twips
Nog een keer 1.