Waiting for the Barbarians
De opera uit 2005, gecomponeerd door Philip Glass, is gebaseerd op een roman van de Zuid-Afrikaanse schrijver en Nobelprijswinnaar J.M. Coetzee uit 1980. Daarin wordt het verhaal verteld van een magistraat in dienst van een groot en machtig rijk die met angst en beven ziet hoe er onrust ontstaat aan de grenzen van het gebied waar hij over heerst.
In de versie van de Nederlandse Reisopera en Club Guy & Roni is de magistraat getransformeerd tot een groep mensen die zich in een bunker hebben verschanst. Van daaruit houden zij de buitenwereld angstvallig in de gaten via beveiligingscamera’s. Wie zijn die mensen daar buiten? Hoe kunnen zij met zoveel minder techniek af dan wij? Zijn het de barbaren die op onze drempel staan?
“Dít gaan we doen, dit is méga-actueel.”
Guy Weizman, regisseur
Je voelt de dreiging
De samenwerking met de Nederlandse Reisopera is iets dat al lang op de wensenlijst van Weizman stond. ‘Het is een ontzettend avontuurlijk en creatief gezelschap, ze brengen producties altijd een stap verder dan alleen de muziek.’
Waiting for the Barbarians is een energieke en interdisciplinaire opera met ‘grote’ bewegingen en lyrische muziek; heel anders dan het minimalistische werk van Philip Glass dat veel mensen kennen. ‘Je voelt de dreiging,’ zegt Weizman. Die dreiging wordt vertaald in cyclische bewegingen. ‘We willen het gevoel van een gemeenschap portretteren, hoe iedereen voortkomt uit een groep.’
In deze grensverleggende operaproductie speelt film een belangrijke rol. De beelden van de ‘beveiligingscamera’s’ die vanuit de bunker van de barbaren in de buitenwereld worden gemaakt, zijn ook voor het publiek te zien.
“De Reisopera is een ontzettend avontuurlijk en creatief gezelschap, ze brengen producties altijd een stap verder dan alleen de muziek.”
Guy Weizman, regisseur
Niet meegaan in de gekte
Het stuk gaat heel erg over de wereld van nu, stellen de makers. In de conflicten, groot en klein, die de wereld op dit moment in de greep houden, ziet niemand zichzelf als the bad guy. Dat is altijd de ander. Ik ben goed, jij bent slecht. ‘Het gaat zo op het wereldtoneel, maar ook als je ruzie hebt met je buren.’
Hij ziet die mentaliteit heel sterk terug in de Nederlandse taal. ‘Iedereen denkt dat-ie gelijk heeft en zegt dat ook heel duidelijk,’ zegt Weizman. Het gaat daarin steeds over ‘grenzen stellen’, ‘je hakken in het zand zetten’ enzovoort. ‘Alles gaat om winnen, die vechtmentaliteit heerst overal.’
Misschien, oppert hij, moeten we eens wat meer oprechte interesse in de ander tonen in plaats van almaar duidelijk te maken wie wij zijn, wat we vinden, waar we voor staan, wat we willen behouden. Een beetje meer openheid, een uitgestoken hand - dat kan de hele wereld wel gebruiken. ‘Laten we niet meegaan in de gekte van de moderne tijd.’
Tekst: magazine De Harmonie