Op avontuur met een kwaliteitsmerk

Met de primeur van de Nederlandstalige productie Bruid Te Koop! en de samenwerking met Studio Drift voor de vormgeving van L’Orfeo verlegt de Nederlandse Reisopera opnieuw grenzen in seizoen 2019/20 . Directeur Nicolas Mansfield: “We zijn een kwaliteitsmerk geworden.”

Nicolas Mansfield
Foto: Marco Borggreve

 

Oer-opera meets  creatieve technologie: Studio Drift voegt samen met de Nederlandse Reisopera een nieuwe dimensie toe aan wat wel als de moeder aller opera’s wordt beschouwd. Het ontwerperscollectief maakte internationaal naam  met duizelingwekkende (licht)sculpturen en installaties, waarin natuur en techniek samensmelten. Vorig jaar bezorgde Studio Drift het Stedelijk Museum in Amsterdam zijn meest high tech tentoonstelling tot nu toe. “Ons werk gaat over durven dromen”, verklaarden boegbeelden Lonneke Gordijn en Ralph Nauta in een interview.

 

 

 

 

Ontroerend

Een uitspraak waarin Nicolas Mansfield zich herkent. Zo fantaseerde hij met onder meer regisseur Monique Wagenmakers over de vormgeving van Monteverdi’s L’Orfeo. “Het moest iets totaal anders worden. We wilden voorbij het klassieke opera-ontwerp reiken.” Gaandeweg ontstond het idee om Studio Drift erbij te betrekken. In het streven naar een balans tussen natuur en techniek is hun werk ontroerend, vindt Mansfield. Eerder tijdloos ook dan science fiction, wat hem betreft. “Het is een eer om met deze kunstenaars te mogen samenwerken. En zij zijn ook heel enthousiast om zich voor het eerst aan een opera te kunnen wagen.”

De inbreng van Studio Drift bestaat uit een bewegende, steeds van kleur veranderende  installatie boven het podium. Die voegt volgens Mansfield een artistieke laag toe aan de handeling op het toneel. De samenwerking met de ambitieuze ontwerpers van Studio Drift vraagt veel van de medewerkers van het eigen decoratelier. Maar Mansfield heeft alle vertrouwen in het vakmanschap van zijn team, dat al menig sterk staaltje leverde.

Nieuwsgierigheid

Dankzij de nieuwe ateliers in de Performance Factory – een creatief verzamelgebouw pal naast het Enschedese centrum en op steenworp afstand van het Wilminktheater en Muziekcentrum – wordt nog beter zichtbaar wat de Nederlandse Reisopera aan ambacht en techniek in huis heeft. Het publiek zal er vaker een kijkje in de keuken krijgen is de bedoeling, nadat vorig seizoen ‘The making of Tosca’ al veel bekijks trok. Mansfield: “Vijftien jaar geleden was zoiets nog ondenkbaar. Toen was de vormgeving een groot geheim, dat pas met het opgaan van het doek werd onthuld. Nu geldt: hoe meer je mensen betrekt bij wat je doet, des te groter de nieuwsgierigheid.”

 

Vertrouwen

Dat het publiek daarbij blijk geeft van een steeds groter vertrouwen in de keuzes van de Nederlandse Reisopera is een stimulans. “Vroeger moesten we het meer van het ijzeren repertoire hebben. Nu stromen mensen ook toe bij minder bekende titels. We zijn een kwaliteitsmerk geworden. Dat maakt me blij”, aldus Nicolas Mansfield, die bijvoorbeeld niet had durven dromen dat Die Tote Stadt van Korngold afgelopen seizoen zulke volle zalen zou trekken.

En wie weet zorgt het waagstuk Bruid Te Koop! dit seizoen opnieuw voor zulke verrassingen. De productie zelf is in elk geval alvast een primeur: een Nederlandstalige versie Prodana Nevesta van de Tsjechische componist Smetana. In het Duits (Die Verkaufte Braut)  werd deze komische opera over een huwelijk met hindernissen een populaire klassieker.  “Ik vind het belangrijk dat de Nederlandse taal een plek krijgt in de opera”, verklaart Mansfield. Vertaler Anne Lichthart, bekend als schrijver en regisseur van hoorspelen, werkt overigens nauw samen met regisseur John Yost en dirigent Ed Spanjaard. “De afstemming van de Nederlandse tekst op de muziek en de vocale mogelijkheden van de zangers luistert nauw”, verklaart Mansfield.

Sleeptouw

Die cast is ook grotendeels Nederlands. Daarmee bewijst Mansfield dat hij zijn publiek niet alleen graag op sleeptouw neemt, maar er ook naar luistert. Geregeld hoort hij de wens om meer talent van eigen bodem op het toneel te zien. Deels is dat een kwestie van aanbod, maakt hij duidelijk: “Er zijn hier nu eenmaal minder heel goede artiesten voorhanden dan in grotere en meer op opera gerichte landen als bijvoorbeeld Duitsland, Engeland en de Verenigde Staten. Maar waar we Nederlanders kunnen inzetten doen we dat, zoals we afgelopen seizoen ook weer hebben laten zien.”

Dat de Nederlandse Reisopera de liefhebbers een plezier doet met Rossini’s De Barbier van Sevilla staat vast. Met dit Italiaanse feestje maakte het gezelschap in 2013 de tongen al los. De herneming betekent ook dat de even vernuftige als uitbundige aankleding opgepoetst en wel weer kan schitteren in theaters door het hele land. Zo heeft de kostuum- en decorafdeling er opnieuw eer van, aldus Mansfield: “In onze ateliers heerst een intens gevoel van trots voor wat ze daar maken. Dat voel je, elke keer als je er bent. Wat hier in Enschede tot stand komt is in feite een uniek exportproduct.”

 

 

Ingrid Bosman,

maart 2019 

 

Terug naar De Nederlandse Reisopera