Opera met de o van openheid

Met een thriller van Puccini, een psychologisch drama van Korngold en een zedenkomedie van Sondheim biedt de Nederlandse Reisopera dit seizoen een programma van uitersten. De verhuizing naar de binnenstad van Enschede markeert een omslag, volgens directeur Nicolas Mansfield: “Het ademt hier groei.”

Soms is een toevallige ontmoeting genoeg om een diepe wens in vervulling te laten gaan. In de Performance Factory in Enschede, waar de ateliers van de Reisopera een nieuwe plek hebben gevonden, liep Nicolas Mansfield directeur Karine Roldaan van theaterschool De Theatermakerij tegen het lijf. Het gevolg: in september beginnen de voorbereidingen voor de eerste gezamenlijke jongerenproductie, die eind 2019 in première gaat. “Deze jongeren zijn geïnteresseerd in theater, maar niet per definitie in opera. Nu gaan ze er zelf mee aan de slag”, zegt Mansfield.

Delen

Sinds hij een jaar of zes geleden bij de San Francisco Opera een jongerentak zag optreden nam hij zich voor er ooit zelf ook werk van te maken. “De Nederlandse samenleving is nogal gericht op direct rendement. Mensen zoals ik moeten zich meer inspannen om volgende generaties op weg te helpen. Ik wil jonge mensen de kans bieden om muziektheater te ervaren, niet alleen in de zaal maar ook op het podium.” Het ‘praatje over de heg’ met zijn collega van De Theatermakerij laat ook zien wat de winst is van de verhuizing naar de Enschedese binnenstad. Deze zomer trokken de ateliers van de Perikweg naar de Performance Factory. Dat vat vol sociale en culturele bedrijvigheid ligt op een steenworp afstand van het Muziekkwartier, waar eerder al de kantoor-afdelingen van de Reisopera hun intrek namen. Verbinding maken, samenwerken, delen; de mantra’s worden vanzelf praktijk met zoveel (potentiële) partners in de buurt en de samenleving op de stoep.

Vreugde

Het mooiste is misschien wel, vindt Nicolas Mansfield, dat de nieuwe locatie ‘groei ademt.’ “Er komen al vragen van buitenlandse gezelschappen of we voor hen decors willen maken. In principe zou het kunnen, als we het qua arbeidsvoorwaarden voor de medewerkers kunnen regelen, maar belangrijker nog is het signaal dat van zo’n verzoek uit gaat. Het biedt perspectief en vreugde. Die positiviteit wordt door iedereen gevoeld.” Mansfield realiseert zich dat hij zich ook ‘een onberispelijke werkgever’ moet tonen om die sfeer te kunnen vasthouden. “De veerkracht die iedereen hier heeft laten zien komt voort uit een diepgewortelde liefde voor het vak. Maar je kunt mensen niet blijven overvragen. De continuïteit van dit bedrijf is belangrijker dan dat Tosca straks vijf sterren krijgt.”

Schoonheid

Al heeft die klassieker van Puccini wel alles in zich om een succes te kunnen worden. En wat Mansfield betreft niet alleen omdat het liefdesdrama en thriller ineen is. “Tosca”, verklaart Mansfield die keuze, “dat is de ultieme muzikale schoonheid. Punt.” Zelf geschoold als zanger en dirigent is hij nu eenmaal zeer gericht op de muziek. “Voor mij staat of valt ontroering met de bereidheid van zangers om hun kwetsbaarheid te tonen. Als er één opera is die daartoe uitnodigt dan is het Tosca wel.” Al wordt danseres Marietta uit Die tote Stadt wel eens vergeleken met Floria Tosca die haar geliefde probeert te redden, de opera van Korngold biedt een ervaring van andere orde. “Die tote Stadt is een van die stukken die je het gevoel kan bezorgen dat je buiten jezelf treedt”, verklaart Mansfield waarom dit een persoonlijke favoriet is. “De muziek brengt je naar een andere, intensere wereld.” Zoals de rouwende weduwnaar Paul zich overgeeft aan visioenen en zo zijn leven weel heel droomt. Mansfield: “Een heftig verhaal over iemand die niet aan verlies wil toegeven, met prachtige aria’s en duetten en heel toegankelijke muziek van Korngold, niet voor niets ook componist van filmmuziek.”

Geschenk

Dit is zo’n moment waarop Mansfield nog meer dan anders de reizende functie van zijn gezelschap koestert. “Die tote Stadt bij jou om de hoek, hoe vaak maak je dat mee? En met dat geschenk mogen wij het land in.” Tegelijkertijd blijft het een uitdaging, al was het maar omdat elke stad anders is en eigenlijk haar eigen publieksbenadering vraagt. Dat de theaters stijgende bezoekersaantallen voor NRO-producties rapporteren ziet hij als een goed teken, “maar daarmee zijn we er nog niet.”

 

Diepe liefde

In voorspelbare keuzes ligt de oplossing in elk geval niet, wat hem betreft. Vandaar dat het komende seizoen een bij voorbaat spraakmakende finale krijgt, met A Little Night Music van Stephen Sondheim. Opera noch musical, maar bijna een genre op zich. ‘Een muzikale zedenkomedie’ is het volgens de meester zelf. In 2014 oogstte de Nederlandse Reisopera lof met Sondheims bizarre Sweeney Todd. Met dit vervolg wil het gezelschap onderstrepen dat Sondheim blijvende aandacht verdient. Mansfield: “Het is geen kwestie van eenmalig iets uit de lucht plukken. De liefde voor Sondheim zit diep.” Hij is blij dat negen theaters daarin meegingen. De cast belooft alvast veel. Met in de hoofdrollen onder meer cabaretier en acteur Paul Groot, de Oostenrijkse sterzangeres Susan Rigvava-Dumas – opgegroeid in Enschede – en operatalent Laetitia Gerards, die recent nog schitterde in het Prinsengrachtconcert in Amsterdam. Natuurlijk helpt het, erkent Mansfield, dat Paul Groot dankzij onder meer het tv-programma Koefnoen een bekende Nederlander is. “Maar hij is in de eerste plaats een goede zanger en geknipt voor deze rol.”

Gevoel

In een interview in dagblad Trouw vertelde Nicolas Mansfield pas geleden dat hij zich steeds meer laat leiden door zijn intuïtie, naarmate hij ouder wordt. “Ik weet niet of ik een eenvoudig mens ben, veel mensen zullen zeggen van niet”, vult hij die bekentenis aan. “Maar mijn gevoel is wel een basis geworden, ja. Ik twijfel nog steeds, maar minder dan vroeger.” Lachend: “Bovendien ben ik tegenwoordig veel sneller klaar met mijn gedachtenreis.” Bang dat hij dingen over het hoofd ziet is hij niet. “Ik doe het niet in mijn eentje. Door anderen in je keuzes te betrekken leer je zelf ook.” Onmisbaar Als er voor het publiek iets van te merken valt, dan hoopt Mansfield dat ze vooral ‘lef en openheid’ zullen bespeuren. “Dat wil ik met de Nederlandse Reisopera uitstralen. Als je je niet tot de wereld verhoudt ben je minder met de samenleving verbonden.” Om die reden roert Mansfield zich regelmatig in de (sociale) media, ook over de actualiteit die ogenschijnlijk niet direct met kunst en cultuur te maken heeft. Eigenlijk bestaat die niet, in zijn ogen: “Alles heeft met cultuur te maken. Hoe we met elkaar omgaan, het rendementsdenken, de verruwing van het publieke debat, de angst die regeert: kunst en cultuur staan daar niet los van.” Opera evenmin, benadrukt hij. “Opera is geen eiland. De wereld red je er niet mee, maar opera is net als alle kunst onmisbaar. Omdat daarin de winst zit van wat ons als mensen bindt.”

De realiteit blijft dat Nederland geen operatraditie heeft. Nicolas Mansfield heeft niet de illusie dat hij daarin verandering kan brengen. Met een glimlach: “Ik ken mijn plaats in de wereld. Maar ik zal altijd proberen om er op een onbescheiden manier een bescheiden rol in te spelen.”

Terug naar De Nederlandse Reisopera