Een vleugje magie – interview tenor Samuel Boden

Op maandag 2 december starten in Enschede de repetities voor L’Orfeo van Claudio Monteverdi. De titelrol wordt gezongen door Samuel Boden, die al eerder bij de Nederlandse Reisopera te gast was voor die andere bekende Orpheus-partij, namelijk die in Glucks Orphée et Eurydice.

Volgens mij ben je een druk bezet mens, want ik kreeg je maar met moeite te pakken. Waar ben je op dit moment?

Samuel Boden

‘Mijn excuses, ja, het is even erg druk… Op dit moment ben ik in Bergen in Noorwegen, waar ik de rol van Anthony Hope zing in Sweeney Todd. Het is een productie van de Nationale Opera van Bergen. We zijn hier een week geleden begonnen met de repetities en de première is morgen. Het was dus stevig doorwerken de afgelopen dagen. Het is een semi-geënsceneerde productie op het concertpodium. We hebben geen decors, maar al het andere is er wél. Er zijn rekwisieten en iedereen heeft een kostuum, is geschminkt en speelt zijn of haar rol alsof het een volwaardige theaterproductie betreft. Ik ben overigens al eerder in Bergen geweest voor een Johannes Passion, voor Die Schöpfung van Haydn en voor een blazersbewerking van Messiah.’

Afgaande op die titels zou je kunnen concluderen dat je hoofdzakelijk gevraagd wordt voor het 18de-eeuwse repertoire. Is dat juist?

‘In zekere zijn wel. Mijn stemtype laat zich omschrijven als een lichte lyrische tenor. Ik neem dus in principe geen tenorpartijen aan die zwaarder zijn dan die in de Mozartopera’s. Naast werken uit de barok en het classicisme zing ik overigens ook graag werken van Britten en van meer eigentijdse componisten. Nog niet zo lang geleden zong ik bijvoorbeeld in George Benjamins Lessons in Love and Violence, een productie die ook bij de Nationale Opera in Amsterdam te zien was.

Mijn stem is bijzonder geschikt voor de haute-contre-partijen die door Franse barokcomponisten werden geschreven voor tenorstemmen met een gemakkelijke hoogte. Volgende week ga ik naar Frankrijk waar ik te gast ben bij Le Concert d’Astrée van Emmanuelle Haïm voor een reeks uitvoeringen van het Requiem van Campra en motetten van Rameau en Mondonville. In juli zing ik de rol van Castor in een reeks concertante uitvoeringen van de opera Castor et Pollux van Rameau, dus ja, ik ben goed bekend met het repertoire voor haute-contre.’

Ben je behalve bij de Nederlandse Reisopera binnenkort nog in andere grotere operaproducties te zien en te horen?

‘Voorlopig niet. Mijn vrouw Kate en ik zijn ouders van twee jonge kinderen van drie en vijf jaar en ik vind het op dit moment in ons leven niet prettig om voor langere periodes van huis te zijn. Al met al ben je voor het repeteren en het uitvoeren van een operaproductie zo’n beetje drie maanden weg. Ik kies dus heel zorgvuldig welke operaproducties ik graag wil doen en ik zorg ervoor dat ik nooit in meerdere grote producties achter elkaar werkzaam ben. Begrijp me niet verkeerd, ik hou van mijn vak, maar voor mij komt mijn familie op de eerste plaats. Ik vind het niet prettig om te horen dat mijn vrouw thuis problemen moet oplossen terwijl ik niet in de buurt ben om haar daarin bij te staan. Mijn engagement bij de Reisopera is daarom zo’n beetje de langste periode die ik van huis ben het komende jaar. Tegenwoordig is er gelukkig Facetime en dus kun je elkaar met behulp van het internet toch heel vaak zien.’

Repetitie- en uitvoeringsperiodes ver van huis kunnen geestelijk en lichamelijk behoorlijk belastend zijn. Zie je er tegenop om voor langere tijd naar Enschede te komen?

‘Nee, want ik bewaar goede herinneringen aan de tijd dat ik hier was voor Glucks Orphée. Bovendien heb ik begrepen dat jullie in Enschede bij de Performance Factory ook over een goede bouldergym beschikken en dat komt goed uit, want ik ben een fanatiek beoefenaar van bouldering. Dat is een vorm van klimmen waarbij je rotspartijen bedwingt. Een vriend van mij, Peter Kirk, die bij de Reisopera in A Little Night Music heeft gezongen, is ook een fanatiek klimmer en hij vertelde mij over deze faciliteit in Enschede. Voor mij is klimmen de ideale manier om te ontspannen en mijn conditie op peil te houden. Verder heb ik vrij recent een basgitaar gekocht, dus daar kan ik in Enschede ook mooi eens mee gaan oefenen. Ook ben ik begonnen met het snijden van houten lepels. Met je eigen handen iets maken uit een stuk hout is fascinerend. Toen ik jonger was deed ik graag dingen die een boel lawaai maakten, maar tegenwoordig zoek ik ontspanning in rustiger zaken…’

Binnenkort ben je dus in Enschede voor de titelrol in Monteverdi’s L’Orfeo. Wat maakt die opera voor jou zo bijzonder?

‘Het stuk zit vol met geweldige lied-achtige episodes en aanstekelijke muzikale nummers. De vergelijking met goede ‘pop-songs’ ligt voor de hand. De harmonieën zijn schitterend, het instrumentarium waarvoor Monteverdi schreef is kleurrijk en gevarieerd en dat alles levert een unieke klankwereld op. Verder vind ik de vrijheid die hij de zanger geeft voor het maken van versieringen in de melodielijnen heel aantrekkelijk. Niet alles is strikt vastgelegd in zijn partituren. Dat betekent dat geen twee uitvoeringen helemaal hetzelfde zijn. Maar vooral de manier waarop Monteverdi elk woord de juiste lading meegeeft is fantastisch. Ik hou erg van tekst en dat element krijgt in het operagenre vaak veel te weinig aandacht. Doorgaans moet je daarvoor bij het Lied-genre zijn. Bij Monteverdi zijn de woorden minstens zo belangrijk als de muziek. Hij zet de muziek in om de woorden kleur en betekenis te geven. Het is de muziek die de woorden als het ware lading geeft. Daar kun je als zanger weer iets aan toevoegen door de kleuren in je eigen stem te gebruiken.’

Over stemkleur gesproken, de rol van Orfeo wordt vaak gezongen door lage tenoren of zelfs door baritons met een goede hoogte. Jij bent vaak te horen in het haute-contre-repertoire waar een beduidend hogere stem voor nodig is. Valt dat wel te combineren?

Ik word veel gevraagd voor die hoge partijen omdat ik die met redelijk gemak kan zingen. Ik heb er technisch geen moeite mee om veel noten te zingen die rond de passaggio liggen, maar het kan natuurlijk wel vermoeiend zijn om voortdurend die hoge ligging aan te spreken. Ik zing daarom ook graag ‘normale’ tenorpartijen. Wanneer ik rollen aangeboden krijg waarbij het lagere register prominent aanwezig is, zoals de rol van Orfeo in Monteverdi’s opera, dan studeer ik daar speciaal op. Ik word als het ware tijdelijk een ander soort tenor. Monteverdi gebruikt de stem anders dan latere componisten. In zijn werken moet je zoeken naar de perfecte balans tussen spreken en zingen, tussen de woorden en de muziek. Om de emotie over te brengen gebruikte hij bijvoorbeeld nog geen op zichzelf staande aria’s zoals we die uit latere opera’s kennen. Je moet als zanger, maar ook als luisteraar vooral genieten van de contrasten in muzikale texturen en klanken, van het spel dat gespeeld wordt tussen de stemmen onderling of tussen de stemmen en de instrumenten. Die laatste dienen namelijk niet alleen als ondersteuning voor de zangers, maar zijn serieuze gesprekspartners. Orfeo is een halfgod en ik zie in hem een soort tovenaar die over een stem beschikt met een speciale scheppende kracht. Vanuit die gedachte kun je ook het publiek meenemen in het verhaal. Het idee dat je net als Orfeo met je muziek en met je stem iets kunt creëren is heel bijzonder. Deze rol geeft mij de mogelijkheid om een vleugje magie uit te oefenen…

Je hebt volgens mij meerdere Orpheus-rollen op je repertoire staan?

Samuel Boden in Orphée et Euridice van de Nederlandse Reisopera

Ik heb in het seizoen 2014-2015 bij de Nederlandse Reisopera natuurlijk Orphée et Euridice gedaan, de Franse versie van Glucks opera en nog niet zo lang geleden zong ik in Dijon de titelrol in La déscente d’Orphée aux enfers van Charpentier. Dat stuk is een van mijn lievelingswerken geworden. Het gaat heel diep en kan wat mij betreft wedijveren met de meesterwerken van Rameau. Monteverdi’s Orfeo is de derde Orpheusrol die ik aan mijn repertoire toevoeg. Ik heb Orfeo wel eens eerder gezongen, maar dat was nog tijdens mijn studie aan het conservatorium. Ik was er toen ook al erg van onder de indruk. Ik ben sowieso erg gesteld op de figuur van Orpheus. Voor mij staat hij symbool voor liefde en toewijding, voor muziek en al het goede. Erg fijn om daar gestalte aan te mogen geven.

Is deze rol moeilijker dan die andere twee Orpheus-partijen?

Orfeo heeft veel te doen in Monteverdi’s opera, maar echte problemen ervaar ik niet bij deze rol, omdat die zo goed geschreven is. Het is technisch niet extreem veeleisend. Je hoeft in deze opera bijvoorbeeld geen coloraturen in het hoogste register te zingen. De rol past comfortabel in mijn stem en er zijn geen momenten waar ik in het bijzonder voor moet oppassen. Het is overigens wel prettig om een rol te kunnen zingen die zo goed aanvoelt. Aangezien de tekst zo’n wezenlijk bestanddeel van het geheel uitmaakt, probeer ik daar bij het studeren veel aandacht aan te schenken. Ik moet bij al die strofische liederen in deze opera immers wel goed in de gaten houden dat ik telkens het juiste vers inzet. Zolang je je hersens erbij houdt, komt het wel goed.