“Dit is meer dan slapstick”- interview met regisseur Laurence Dale

“Dit is meer dan slapstick”

Zes jaar na het glorieuze succes van ‘Il barbiere di Siviglia’ is regisseur Laurence Dale terug met Rossini’s komische opera. Het wordt een nieuwe ervaring, belooft hij. “Niks erger dan een klakkeloze herhaling.”

 

Na de innige begroeting in de kantine van de Enschedese Performance Factory wil mezzosopraan Karin Strobos maar één ding weten. “Ga ik weer zwanger zijn?” Laurence Dale, prompt: “Als jij dat wilt doen we dat.” Sommige ingewijden twijfelden over het effect van Rosina’s geveinsde zwangerschap, maar regisseur en hoofdrolspeelster zijn het erover eens: de begeerde Rosina kan haar list op verschillende manieren uitbuiten. Dat ze zogenaamd een kind bij zich draagt stelt haar niet alleen in staat om ongewenste avances te pareren, maar ook om extra zorg en aandacht af te dwingen. Strobos, zich verkneukelend: “I like it!”

Niet dat Dale terugdeinst voor ingrepen in een productie waarmee pers en publiek in 2013 wegliepen. Hij zou niet anders kunnen, zegt de regisseur: “We zijn nu zes jaar verder. Iedereen brengt nieuwe ervaringen in; dat geldt voor mij, voor de zangers die er de vorige keer ook al bij waren, maar ook voor de nieuwe leden van de cast. Dus het wordt zeker anders, en ik denk ook dat het er beter van wordt. Er is niks ergers dan iets klakkeloos herhalen. Als er in plaats van zes jaar maar twee weken tussen had gezeten had ik het ook anders gedaan.”

 

Mensen van vlees en bloed

Waarbij het Dale om méér is te doen dan de kolder waar ‘de Barbier’ om bekend staat. Opgebouwd rondom een verhaal waarin het meisje Rosina dankzij de listen van barbier Figaro weet te ontkomen aan een huwelijk met haar autoritaire en veel oudere voogd en uiteindelijk trouwt met haar grote liefde, de graaf van Almaviva. Zeker, er wacht de toeschouwer opnieuw een kleurrijk feestje, “maar dat betekent nog niet dat het louter oppervlakkigheid biedt. Deze opera is veel meer dan slapstick. Het tragikomische ervan maakt de personages tot mensen van vlees en bloed. Ze dóen niet maar wat, het zijn echte karakters.”

Neem Figaro, wiens rol nu wordt vertolkt door bariton Germán Olvera. Laurence Dale: “Voor mij was de barbier altijd meer dan een jolly chap, de getapte jongen die het cliché voorschrijft. Hij heeft evengoed vreemde, sinistere trekjes. Hij doet me wel een beetje denken aan de bloeddorstige kapper uit Sweeney Todd van Stephen Sondheim.” Eenzelfde dubbelzinnigheid kenmerkt dokter Bartolo, Rosina’s voogd. “Hij sluit Rosina zelfs op! Noem dat maar grappig. Hoe hij ermee denkt weg te komen is lachwekkend, maar zijn gedrag is ronduit wreed. Die donkere kwaliteit zit onmiskenbaar óók in Rossini’s muziek.”

 

Grote diversiteit aan humor

De regisseur zocht de scherpe randjes in de vorige versie ook al op, “maar ik probeer nu nog dichter bij die ambiguïteit te komen.” Niet dat we nu een uitvoering met horrorachtige trekjes moeten verwachten. “Het blijft toch vooral een komedie, met een grote diversiteit aan humor. Hoe Rossini schepje voor schepje naar een momentum toewerkt is fenomenaal. Deze opera ademt een ongelooflijke energie. Juist door alle kleuren, inclusief die uit het donkere palet.”

 

Oprechte gevoelens

De Rossini die Dale onder handen heeft voor het Rossini Opera Festival in Pesaro in 2020 sterkt hem in de overtuiging dat de componist meer nastreefde dan louter vermaak. Dale: “ ‘La Cambiale di Matrimonio’ is Rossini’s eerste opera, maar Il Barbiere – van zeven jaar daarna – schemert er al doorheen. Het was geen pure opera buffa die Rossini schreef. Wat hem voor ogen stond was opera semi-seria: charmant en grappig en tegelijk oprechte gevoelens weerspiegelend. Dat geldt ook voor Il Barbiere. De liefde tussen Almaviva en Rosina stuit op de intriges van Bartolo en Basilio, waarbij Figaro als oliemannetje fungeert. Het is heel wat anders dan een optocht van karikaturen.”

Dat Laurence Dale als een specialist in het komische genre geldt is ook wel eens frustrerend, bekent hij. Hij houdt ervan, maar wat zou hij graag eens het serieuze repertoire naar zijn hand zetten. “Puccini’s Tosca, ik wil het graag doen. Een onversneden drama, maar voor mij heeft dat de lach juist hard nodig. Omdat het anders al gauw stomvervelend wordt. Peter Brook (de befaamde regisseur die als eerste het regietalent zag in de 24-jarige tenor die Dale toen nog was, IB) zei ooit tegen me: ‘Als je mensen wilt raken moet je ze laten lachen.’ Een les voor het leven. Bij een publiek dat zich amuseert komt een onverwachte klap veel harder aan.”

 

Iedereen houdt van Almaviva

Dat Dale de zwarte humor in deze reprise meer nadruk geeft betekent ook dat de revolutionaire geest van de opera des te sterker naar voren komt. ‘Il barbiere di Siviglia’ is gebaseerd op een blijspel in drie delen van de Fransman Pierre Beaumarchais, waarin de Franse Revolutie al haar schaduw vooruit wierp. Laurence Dale: “Figaro is klaar voor de opstand, dat hij een subversief element is hoor je in de muziek. Maar het zit ook in de manier waarop de adel te kijk wordt gezet. Kijk, ook al weten we uit het vervolg (Le Nozze di Figaro, IB) dat de graaf van Almaviva zich zal ontpoppen tot net zo’n lomperik als Bartolo en dat het huwelijk op de klippen gaat lopen, nu is hij nog ieders lieveling. Ik wíl ook dat iedereen van hem houdt. En toch, let maar eens op hoe arrogant hij soms uit de hoek komt. Het is de toon die nu in het publieke debat ook wel wordt aangeslagen en niet door de minsten. Met uitspraken zoals de graaf die zich permitteert zou je nu inderdaad een revolutie kunnen ontketenen.”

Zo schuilt ook in deze opera een schat aan sociaal commentaar, stelt Laurence Dale vast. “Ik hou ervan om dat te onderstrepen, zonder het stuk te vervormen tot een pamflet. De kunst is die maatschappijkritiek te overdrijven noch weg te moffelen. Dan wint het verhaal aan levenskracht.” De belichaming van die vitaliteit is opnieuw Karin Strobos in haar rol als Rosina. Als het aan haar ligt gooit ze er ook nu weer een radslag tegenaan. Laurence Dale, met pretogen die verraden dat het ook nog wel eens heel anders zou kunnen uitpakken: “Je mag er van mij twee doen.”

 

Ingrid Bosman, juni 2019